voor een gedegen muziekopleiding  
line decor
  
line decor
 
 
 

 
Instrumentkeuze

Er wordt alleen les gegeven op instrumenten die thuishoren in een fanfare of een brassband. Het is namelijk zo dat de Gemeente Goedereede alleen subsidie verleent voor muzieklessen op instrumenten die bespeeld worden in de diverse muziekverenigingen uit deze gemeente.

Hoe onstaat geluid in een blaasinstrument.

De lucht in een blaasinstrument wordt door blazen in trilling gebracht.
De klankbron is dus de trillende luchtkolom.
Naarmate de buis van het instrument langer en/of wijder is, klinkt dit muziekinstrument lager. 
Ze worden ook wel aërofonen genoemd. We onderscheiden 3 groepen:

  1. Houten blaasinstrumenten
  2. Koperen blaasinstrumenten
  3. Orgelachtige instrumenten

Om een goede blaas- en speeltechniek te krijgen is er eigenlijk maar 1 advies: neem les bij een goede lera(a)r(es). Onderstaande algemene informatie is daarom niet bedoeld om mee te gaan oefenen maar om een aantal basisbegrippen toe te lichten.

Ademsteun
Het belangrijkste element van de blaasmuziek. Hiermee wordt bedoeld dat je "zo laag mogelijk" moet inademen. Je kunt dit voelen als je door je neus ademt: je voelt dan dat de ingeademde lucht op navelhoogte, of liever gezegd tegen je middenrif drukt. De kunst is nu tijdens het spelen om door de mond te ademen en toch het effect van "zo laag mogeljk" ademen te bereiken. Verder moet je proberen om de adem vanuit je middenrif, dus zo laag mogelijk, in je instrument te blazen. Hiermee ondersteun je namelijk het (bugel)spelen en na voldoende oefening merk je dat het spelen steeds makkelijker gaat.

Tong
De tong is belangrijk bij het spelen: je kunt je tong namelijk gebruiken om zowel hoog als laag spel te ondersteunen. Dit kun je voelen als je de volgende lettergrepen zegt: oeh, oh, ah, eh, ieh. Je zult merken dat je tong dan van plat naar bol gaat. Hierbij geldt dat hoe hoger je speelt, hoe boller je tong moet worden en hoe lager hoe platter. Probeer maar eens uit met interval sprongen!

Luchtsnelheid
Vanuit je ademsteum blaas je op je instrument, hierbij geldt nog een belangrijke tip: Bij hoog spel (dus spelen van hoge noten) moet je proberen de luchtsnelheid zo groot mogelijk te laten zijn. Dit maakt het spelen een stuk gemakkelijker. Omgekeerd moet je bij lage noten de luchtsnelheid zo klein mogelijk laten zijn.

Hieronder volgt een kleine uitleg over de verschillende instrumenten die hoofdzakelijk in een fanfare en brassband voorkomen.

Trompet

De trompet is de oudste van de familie, vanuit de vroegste tijden zijn er al trompetten bekend, dit zijn dan natuurlijk wel de trompetten zonder ventielen, dus wat we tegenwoordig signaaltrompetten noemen. Oorspronkelijk waren dit rechte trompetten. Met de toename van detechnische kundigheden van mensen is langzaam maar zeker ook toegewerkt naar een gebogen en dus handzamer model.

De uitvinding van de ventielen (19e eeuw) is natuurlijk ook toegepast op de trompet, merkwaardig genoeg echter pas lang nadat ventielen werden toegepast op cornetten en bugels (ned). Dit heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de trompet werd gezien als een "koninklijk" instrument, denk maar aan de middeleeuwen en renaissance waar het gebruik van trompetten was voorbehouden aan een elitegroep. Vanuit deze historie was er veel weerstand bij het aanbrengen van veranderingen en verbeteringen aan de trompet. Uiteindelijk is in de 19e eeuw alsnog ook de trompet terecht voorzien van ventielen.

De trompet wordt in praktisch alle orkestvormen opgenomen, behalve in de brassband. Dus zowel in symfonie- harmonie- en fanfare- orkesten vervult de trompet een rol. Daarnaast leent het heldere trompetgeluid zich ook goed voor gebruik in diverse soorten andere samenstellingen.

Cornet

De cornet is niet ontstaan uit een trompet maar uit de (post)hoorn die voorzien werd van ventielen. Het franse woord voor posthoorn is trouwens "cornet simple". Ook in de Renaissance werd met het woord cornet(to) een hoorn, maar dan een natuurhoorn bedoeld.
Een tijdlang is voor de cornet het verwarrende woord piston gebruikt: met name eind 19e en begin 20e eeuw werd hiermee de "cornet a pistons" bedoeld, piston is namelijk het franse woord voor ventiel. Ook de naam "cornet a pistons" is een extra aanwijzing dat de cornet ontstaan is uit de (post)hoorn. Overigens wordt het woord piston terecht niet meer gebruikt, want hiermee wordt natuurlijk gewoon de cornet bedoeld.

De cornet wordt het meest gebruikt in brassbands, de 8 cornetten in bes en 1 cornet in es vormen daar de melodiesectie. Met name in de wat oudere harmonie en fanfaremuziek wordt zeer regelmatig het gebruik van cornetten in combinatie met trompetten voorgeschreven. Door het specifieke ontwerp van de cornet leent dit instrument zich erg goed voor wendbare en technische passages.

Trombone

De trombone is een koperen blaasinstrument. De buis van de trombone is vergeleken met de trompet langer, het mondstuk is groter en de beker is wijder. Het instrument kan daardoor lager spelen.
De verschillende tonen ontstaan door het in- en uitschuiven van de buis. Elke stand van de buis (er zijn er zeven) noemt men een positie. Het glijden van de ene naar de andere toon heet glissando. Er bestaan ook ventieltrombones, die voor heel snelle passages gebruikt worden.
Het woord trombone betekent "grote trompet". Het geluid wordt geproduceerd door het vibreren van de lippen van de speler tegen het mondstuk aan.

Bugel

De bugel is dus niet ontwikkeld vanuit bestaande instrumenten, maar is in de 19e eeuw als nieuw instrument uitgevonden. Het kan natuurlijk moeilijk anders dan dat daarbij ook gebruik is gemaakt van reeds aanwezige kennis van andere instrumenten zoals klephoorns, ventielen, enz. Van de bugel bestaan er 2 versies namelijk een versie in bes (sopraan) en een versie in es.

Na de uitvinding ervan zijn er uiteraard weer talloze verbeteringen aangebracht, denk hierbij aan materiaalkeuze, soorten ventielen, gebruik van cilinders, enz.

Een belangrijke rol voor de bes bugel is weggelegd bij de fanfare-orkesten. (Deze orkestvorm komt trouwens alleen maar voor in Nederland, Belgie en Noord Frankrijk). De bugelsectie vormt hier de ruggengraat van de melodie, aangevuld met trompetten en sopraan-sax. De rol van de bugel in de brass-band is een geheel andere: daar is 1 flugelhorn (eng) aanwezig als verbinding/overgang tussen het timbre van de cornetten en de hoorns, waarbij ook solopassages voor de flugelhorn regelmatig voorkomen. Ook in de oudere muziek voor harmonie orkesten is nog wel eens 1 bugel voorgeschreven. En in de oostelijker landen (Duitsland, Oostenrijk, Tsjechië) zie je de fluegelhorn (du) natuurlijk ook in allerlei orkestverbanden. Verder zie je de bugel steeds meer in opkomst bij jazz-musici. De warme milde klank leent zich hier uiteraard ook heel goed voor.

Althoorn

De althoorn is een nog zeer jong instrument daterend uit 1843-1845. Het is een rechtstreekse ‘afstammeling’ uit de saxhoornfamilie van Adolphe Sax. Vanaf 1851 werd het in een brass band gebruikt. Ook in onze blaasorkesten werd het gebruikt. Na Wereldoorlog II werd het hier geleidelijk aan in de vergeethoek geduwd door de hoorn in F. Net zoals bij de kornet bleef dit zo tot de introductie van brass band in Vlaanderen. Andere benamingen van de althoorn zijn cor, corhoorn stellahoorn of eshoorn

De althoorn is een hoorn maar dan in de toonaard Es. De vroegere althoorn lijkt op de franse hoorn, de moderne althoorn lijkt op de tuba, alleen iets kleiner

De althoorn is makkelijker te bespelen dan de Franse hoorn hoorn omdat je er niet op hoeft te transponeren, en omdat hij niet zoveel boventonen heeft. Hij is ook makkelijker hanteerbaar dan de franse hoorn. Het instrument is daardoor heel geschikt voor kinderen die later willen overstappen op franse hoorn. Toch zal de overgang naar dat ander instrument heel groot zijn, gewoon omdat het een compleet ander instrument is. In bovenstaand schema zie je waarom.

Er bestaat vaak twijfel over de juiste naamgeving van dit instrument. Dit komt doordat de naamgeving van de tessituren ook na het deponeren van het saxhoorn- en het saxotrombaoctrooi nog sterk aan veranderingen onderhevig is geweest. De benamingen verschillen van land tot land. Het discantinstrument van de saxhoorns staat in Es gestemd, waardoor er een reeks met grondtonen ontstond; Es (soprano), Bes (contralto) en Es (alto). Doordat het daarop volgende Bes-instrument als bariton werd bevonden kreeg de alto nu eens de naam alto dan weer - om de reeks consequent door te trekken – die van tenor.

De althoorn wordt vooral gebruikt in brassbands. Af en toe zie je ze nog in een harmonie of fanfare, maar dan is het eerder de oudere generatie die ze nog gebruikt.

Hoorn

De hoorn is een koperen blaasinstrument waarvan de buis is opgerold in de vorm van een cirkel. De totale buislengte van het instrument is ongeveer 4 meter. Oorspronkelijk werd de hoorn gebruikt voor het geven van signalen. Zo'n signaalhoorn had geen ventielen. De hoorn die nu in het orkest gebruikt wordt heeft wél ventielen (bij de trompet vindt je meer informatie over het gebruik van ventielen)

Het instrument vervult een belangrijke rol in het symfonie-orkest. Hierin spelen vier tot zes hoornisten mee die zijn onderverdeeld in hoge en lage blazers.
De hoorn kwam voor het eerst in orkesten voor om het geluid van de jachthoorn te verklanken, maar komt nu voor in allerlei soorten muziek.
Het geluid wordt geproduceerd door het vibreren van de lippen van de speler tegen het trechtervormige mondstuk.
Door het indrukken of loslaten van ventielen, kun je op dit instrument verschillende tonen maken.
Deze ventielen zorgen ervoor dat de de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden.
De klank van de hoorn kan enigszins gedempt worden door de hand in de beker te houden.

Saxofoon

De saxofoon is een uniek muziekinstrument in de zin dat het ruim 150 jaar geleden door één enkele geniale man, de Belg Adolphe Sax, werd uitgevonden. Hij bleek, evenals zijn vader (die hofinstrumentmaker voor Nederland was), al jong een uitmuntend en innovatief muziekinstrumentmaker, die grote ervaring had opgedaan met het bouwen van koperinstrumenten en klarinetten en hij had eerder ook al de basklarinet ontworpen. Het bijzondere aan de saxofoon is de conische boring die het de heel specifieke klank- en speel-eigenschappen verleen.

De saxofoon was oorspronkelijk bedoeld als een waardig (en vooral luidklinkend) lid van de militaire orkesten en zo werden in het begin dan ook vooral de grootste familieleden gepropageerd. De oorspronkelijke patentaanvraag omvatte maar liefst veertien verschillende instrumenten, met uiteenlopende stemmingen. Geleidelijk ontstond daaruit echter de saxofoonfamilie zoals we die nog steeds kennen: sopraan, alt, tenor, bariton en de weinig voorkomende bas. Aan beide uiteinden vinden we dan ook nog de steeds zeldzamer sopranino en de enorme contra-bas. De stemming is tegenwoordig afwisselend Bes en Es.

Tuba

De tuba is het grootste en dus het laagst klinkende koperen blaasinstrument. Door zijn enorme geluidsterkte speelt er maar één tuba mee in een symfonie-orkest. De tuba wordt ook gebruikt in het fanfare-orkest.
Het geluid van de tuba wordt geproduceerd door het vibreren van de lippen tegen het komvormige mondstuk.
Door het indrukken of loslaten van ventielen, kun je op dit instrument verschillende tonen maken.
Deze ventielen zorgen ervoor dat de de buis van het instrument verkort (hogere tonen) of verlengd (lagere tonen) kan worden.

Slagwerk

Heeft veel verschillende soorten instrumentarium wat onder twee groepen kan worden gezet namelijk gestemd en ongestemd slagwerk.

Gestemd slagwerk is onder andere,

De pauk is een gestemd slaginstrument en speelt een belangrijke rol in het symfonie-orkest. Er zijn er altijd twee, soms meer te vinden.
Het is een metalen ketel , waarover een kalfsvel is gespannen.
Dit instrument kan tonen van verschillende hoogte voortbrengen, doordat de spanning van het vel gewijzigd kan worden. Dit gebeurd door het indrukken van een voetpedaal.
Ook zijn pauken verschillend van grootte, waardoor de tonen die ze kunnen voortbrengen in hoogte verschillen. Ze worden aangeslagen met stokken met een vilten kop.

De xylofoon bestaat uit een stel gestemde houten staven waarop met stokken wordt geslagen. De staven rusten gewoonlijk op een standaard en zijn in de volgorde van toon gerangschikt.
In het orkest heeft de xylofoon een dubbele rij staven, die in de volgorde liggen van een piano-toetsenbord. Deze moderne orkestxylofoon is het belangrijkste, gestemde slaginstrument.
In de 19e eeuw werd de xylofoon voor het eerst opgenomen in het orkest. Hij had toen 4 rijen met staven, in plaats van twee.

De buisklok is een melodie-slaginstrument dat bestaat uit een serie holle buizen van verschillende lengte.
De buizen hangen in een raamwerk en worden aan de bovenkant met een hamer aangeslagen. De nagalm kan via een mechanisme met de voet gedempt worden.
Het standaardinstrument heeft 18 buizen en een toonbereik van 1,5 oktaaf.
In een orkest imiteren de buisklokken het geluid van echte kerkklokken.

 

De vibrafoon (door een bepaalde fabrikant ook wel 'vibraharp' genoemd, hetgeen een stuk deftiger klinkt, maar precies hetzelfde is) bestaat in principe uit twee rijen metalen klankstaven die zijn gerangschikt als de witte en zwarte toetsen van een piano. Het bereik is doorgaans drie oktaven. Ze worden aangeslagen door met vilt omwikkelde stokken, 'mallets' genoemd - in elke hand één of twee. In dat laatste geval kunnen dus ook complete akkoorden worden gevoermd. Onder de klankstaven bevinden zich nauwkeurig afgestemde metalen resonantiebuizen die het geluid versterken.

Tot zover vertoont de vibrafoon veel overeenkomst met de xylofoon en de marimba, zij het dan dat deze laatste twee van houten klankstaven zijn voorzien. Het bijzondere van de vibrafoon is verder dat hier de buizen zijn afgesloten met ronde klepjes die - aangedreven door een electromotortje - ronddraaien. Daardoor worden deze buizen beurtelings gesloten en opengezet waardoor het typerende vibrerende wah-wah geluid ontstaat waaraan het instrument zijn naam ontleent. De mate van dit vibrato kan worden geregeld door de draaisnelheid van de klepjes te variëren.

Door het materiaal en de vorm van de klankstaven blijven deze redelijk lang doorklinken en daarom is er tevens voorzien in een dempermechanisme dat met behulp van een grote voetpedaal kan worden ingeschakeld. Het is duidelijk dat ook de manier van aanslaan invloed heeft op de klank en verder vooral de snelheid van de draaiende afsluitklepjes. Omdat de verschillende bespelers ieder zo hun eigen instellingen maken zijn ze over het algemeen ook al door de verschillende klankkleur goed van elkaar te onderscheiden. Ook de verdere techniek kan heel verschillende zijn.

Ongestemd slag werk is onder andere,

De kleine trom bestaat uit een houten geraamte dat aan weerszijden bespannen is met een vel.
Hij is vaak bevestigd op een statief. Het onderste vel is gewoonlijk voorzien van een snarenmat (acht of meer stukken metaaldraad die over het onderste vel zijn gespannen om extra scherpte aan het geluid te geven).
Hij wordt (in de pop- en jazzmuziek) hierdoor ook wel "snare" genoemd. Ook wordt de kleine trom wel "side" genoemd, omdat in looporkesten (b.v. de fanfare), het instrument aan de rechterzij van de bespeler bevestigd wordt. De kleine trom wordt met houten stokken bespeeld en is een veel gebruikt ritme-instrument.

De grote trom heeft meestal een houten geraamte en is aan de boven- en onderkant met een vel bespannen.
Hij klinkt zwaar, laag en dof. De toonhoogte kan niet gewijzigd worden.
In het orkest staat de grote trom op een statief. De grote trom wordt ook wel Turkse trom genoemd (vanwege zijn afkomst).
Ook in de drumband, de harmonie en fanfare speelt de grote trom een belangrijke rol. Hij wordt aangeslagen met een stok met een vilten kop.
Ook het drumstel heeft een grote trom, ook wel bass-drum genoemd. Deze wordt aangeslagen met een voetpedaal (zie afbeelding).

Bekkens zijn ronde, dunne metalen platen die tegen elkaar worden aangeslagen. Ook kunnen ze op een statief zijn aangebracht en worden dan met een (meestal houten) stok aangeslagen.
Bekkens zijn er in verschillende maten en vormen een belangrijk onderdeel van het drumstel.

 

Bongo's zijn kleine trommen uit Latijns-Amerika. Ze worden meestal per paar bespeeld, de ene trom groter dan de andere.
De metalen rand, die het strak gespannen vel op z'n plaats houdt, zit lager dan het vel, zodat de speler niet met z'n vingers op de rand slaat.
Je kunt verschillende klanken en toonhoogtes uit een bongo halen, door het vel in het midden of aan de rand, met de vingerstoppen of de met vlakke hand aan te slaan. De klank van een bongo is hoog.
Vaak worden twee aan elkaar bevestigde bongo's tussen de knieën geklemd, maar ze kunnen ook op een standaard staan.
Bongo's worden veel gebruikt in filmmuziek, Latijns-Amerikaanse dansmuziek, popmuziek en ook in een modern orkest.


 
Laatste update 07-09-2011:

logo